Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht (Geldend van 28-12-2016 t/m heden)

 


Regeling van de Minister van Economische Zaken van 26 februari 2015, nr. WJZ/15030700, houdende regels inzake het gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht en intrekking van de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 (Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015)

De Minister van Economische Zaken,

 

Besluit:

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.         actieve medische implantaten: het radiodeel van actieve implanteerbare medische apparatuur dat is ontworpen om, volledig of gedeeltelijk, op operatieve of medische wijze in het menselijk lichaam of in het lichaam van een dier te worden geïmplanteerd en, indien van toepassing, de bijbehorende buiten het lichaam bestaande apparatuur;

b.        ALD (Assistive Listening Devices): radiocommunicatiesystemen waarmee slechthorenden hun gehoorvermogen kunnen verbeteren;

c.         apparatuur voor modelbesturing: radioapparatuur voor afstandsbesturing en telemetrie die gebruikt wordt om de beweging van modellen te besturen in de lucht, op het land of in het water;

d.        apparatuur voor radiodeterminatie: radioapparatuur die wordt gebruikt om de positie, snelheid of andere kenmerken van een object vast te stellen of om informatie te verkrijgen over deze parameters;

e.        besluit: Frequentiebesluit 2013;

f.         bodemradar (Grond Prenetrating Radar): radioapparaat voor de opsporing of het verkrijgen van beelden van objecten onder de grond of het bepalen van de fysische eigenschappen van de grond;

g.         breedband datatransmissie apparatuur: radioapparatuur die die gebruik maakt van breedbandmodulatietechnieken om toegang te krijgen tot spectrum;

h.           frequentiegebruik met een primaire status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een primaire status heeft;

i.          frequentiegebruik met een secundaire status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een secundaire status heeft;

j.          frequentiegebruik met een NIB-status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een NIB-status heeft;

k.        frequentieplan: plan als bedoeld in artikel 3.1 van de wet;

l.          inductieve apparatuur: radioapparatuur die gebruik maakt van magnetische velden met systemen met een inductieve lus voor nabije veld communicatie;

m.       klasse van uitzending: klasse van uitzending als bedoeld in bijlage 1 van deel 2 van het Radioreglement;

n.        meetapparatuur: radioapparatuur die deel uitmaakt van bi directionele radiocommunicatiesystemen waarmee monitoring op afstand, meting en datatransmissie in intelligente netinfrastructuren wordt verricht;

o.        muur: betonnen structuur of een andere fysieke structuur die massief en dik genoeg is om het grootste deel van het signaal dat door de muur indringende radar wordt uitgezonden te absorberen;

p.           muur indringende radar (Wall Prenetrating Radar): radioapparaat voor het opsporen van de locatie van objecten binnen een muur of om de fysieke eigenschappen te bepalen binnen de muur;

q.           niet-specifieke korte afstand apparatuur: elke soort radioapparatuur ongeacht de toepassing of het doel, die aan de voor een bepaalde frequentie vastgestelde technische voorwaarden voldoet;

r.         PMSE (Programme Making and Special Events) audioapparatuur: radioapparatuur die wordt gebruikt voor de transmissie van analoge of digitale audiosignalen tussen een beperkt aantal zenders en ontvangers en die voornamelijk wordt toegepast voor de productie van uitzendingen dan wel particuliere of openbare sociale of culturele evenementen;

s.         RTE (Radar Target Enhancer): actieve radarreflector die van andere schepen ontvangen radarsignalen versterkt en terugzendt;

t.         TLPR (Tank Level Probing Radar): specifieke toepassing van radiodeterminatie die wordt gebruikt om het tankniveau te meten, geïnstalleerd in tanks van metaal of gewapend beton of soortgelijke structuren die gemaakt zijn van materiaal met vergelijkbare dempende werking;

u.        Radioreglement: Radioreglement 1979 met bijlagen, behorende bij de op 22 december 1989 te Nice tot stand gekomen Internationale Constitutie en Conventie van de Internationale Telecommunicatie Unie (Trb. 2013, 1);

v.         radiostation: een of meer radioapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen, noodzakelijk voor het op een locatie uitvoeren van een radiocommunicatiedienst als bedoeld in artikel 1.19 van het Radioreglement;

w.       RFID-apparaten: radiocommunicatiesystemen, bestaande uit radioapparatuur bevestigd aan levende wezens of levenloze objecten en zender- of ontvanger eenheden die de radioapparatuur activeren en de gegevens weer ontvangen;

x.         SART (Search and Rescue Transponders): radioapparaat waarmee in geval van nood door de transponder een signaal wordt teruggezonden;

y.         sociale alarmsystemen: radiocommunicatiesystemen waarmee een persoon in nood met behulp van een eenvoudige beweging een verzoek om hulp kan uitzenden;

z.         telematica-apparatuur voor vervoer en verkeer: radioapparatuur die wordt gebruikt op het gebied van vervoer, verkeersbeheer, navigatie, mobiliteitsbeheer en in intelligente vervoerssystemen.

 

Artikel 2

1.        Geen vergunning is vereist voor gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 2 van het besluit indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid aangewezen categorieën van radioapparaten.

2.        Als categorieën radioapparaten worden aangewezen:

a.         radioapparaten, niet zijnde radioapparaten als bedoeld in bijlage 9, die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiel openbaar telecommunicatienetwerk, indien voor het gebruik van de door het netwerk gebruikte frequentieruimte een vergunning is verleend;

b.        eindapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem, ten behoeve van mobiele communicatie, met uitzondering van maritiem mobiele communicatie en het nood-, spoed en veiligheidsverkeer;

c.         koor loze telefoons die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar telefoonnetwerk op een vaste locatie, mits de in bijlage 1 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;

d.        radioapparaten die onderdeel uitmaken van een mobiel elektronisch communicatienetwerk, mits gebruikt overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2 en radioapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op dat netwerk, mits die gebruik maken van de frequentieband van 1780 tot en met 1785 MHz;

e.         radioapparaten in de 27 MHz-frequentieband (CB), mits gebruikt in de in bijlage 3 aangegeven frequentiebanden en met inachtneming van de daarbij behorende gebruiksvoorschriften;

f.         eindapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar telecommunicatienetwerk ten behoeve van plaatsbepaling;

g.         mobiele VHF/UHF radioapparaten voor landmobiel gebruik die daadwerkelijk en krachtens een daartoe gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk dat deel is van een radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing ten behoeve waarvan een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte;

h.        mobiele UHF-radioapparaten die werken in de frequentieband 446 MHz en bedoeld zijn voor algemeen gebruik ten behoeve van communicatie over korte afstand (PMR 446), mits gebruikt in de in bijlage 4 aangegeven frequentiebanden en met inachtneming van de daarbij behorende gebruiksvoorschriften;

i.          eindapparaten die een satellietgrondstation zijn, mits gebruikt in de in aangegeven frequentiebanden en met inachtneming van de daarbij behorende gebruiksvoorschriften;

j.          radioapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op, een mobiel elektronisch communicatienetwerk (basisstation) aan boord van vliegtuigen, mits de frequentiebanden worden gebruikt boven een vlieghoogte van 3.000 meter;

k.         radioapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op, een mobiel elektronisch communicatienetwerk (basisstation) aan boord van schepen, mits de aangegeven frequentiebanden worden gebruikt met inachtneming van de daarbij behorende gebruiksvoorschriften;

l.          radioapparaten die bestemd zijn voor vaste verbindingen, mits de aangegeven frequentieband en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;

m.       radioapparaten bestemd voor aansluiting op een elektronisch communicatienetwerk dat gebruik maakt van frequentieruimte in de band 2500 – 2690 MHz, indien voor het gebruik van de door dat netwerk gebruikte frequentieruimte een vergunning is verleend, mits de aangegeven frequentieband en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;

n.        radioapparaten voor maritiem mobiele radar, SART en RTE, mits aangegeven frequentiebanden worden gebruikt met inachtneming van de daarbij behorende gebruiksvoorschriften;

o.        korte afstand apparatuur, mits gebruikt in de aangegeven frequentiebanden en met inachtneming van de daarbij behorende gebruiksvoorschriften;

p.        radioapparaten die gebruik maken van ultra wide bandtechnologie, mits de aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;

q.        radioapparaten, niet zijnde basisstations, die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op, een mobiel elektronisch communicatienetwerk ten behoeve van spoorweg gerelateerde interne bedrijfstoepassingen (GSM-R);

r.         hoogfrequent installaties die zich in tunnels bevinden.

 

3.        De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, heeft slechts betrekking op radioapparaten die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit radioapparaten 2016 bepaalde.

Artikel 3

Bij gebruik van frequentieruimte wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

a.         bij frequentiegebruik met een secundaire status wordt te allen tijde voorrang verleend aan frequentiegebruik met een primaire status;

b.        bij frequentiegebruik met een NIB-status wordt te allen tijde voorrang verleend aan frequentiegebruik met een primaire status of met een secundaire status;

c.         er worden geen ontoelaatbare storingen of belemmeringen veroorzaakt in andere uitrusting of radioapparaten en in het frequentiegebruik door anderen.

 

Artikel 4

De Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 februari 2015

 

De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp